WO I

De Eerste Wereldoorlog startte op 28 juli 1914 en duurde tot 11 november 1918. Alle grootmachten van de wereld waren bij deze oorlog betrokken. Ze verdeelden zich in twee conflicterende allianties. Enerzijds de geallieerden, gecentreerd rond het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland en anderzijds de Centrale mogendheden, gecentreerd rond Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië. Deze allianties reorganiseerden zichzelf en breidden uit naarmate er meer landen meededen met de oorlog. Uiteindelijk werden er meer dan 65 miljoen militairen gemobiliseerd in één van de grootste oorlogen in de geschiedenis. Meer dan 8.5 miljoen mensen werden gedood.

 

Op 4 augustus 1914 valt Duitsland België binnen zonder formele oorlogsverklaring. Om 7u30 vallen ze binnen bij Gemmenich, Luik. De Duitsers trekken door ons land, richting Aarschot, Leuven, Mechelen, Dendermonde. De Duitse opmars wordt gestopt tijdens de Eerste Slag om de IJzer. Dit betekent de start van een lange loopgravenoorlog.

 

Intussen wordt het leven in bezet gebied gekenmerkt door de afwezigheid van broers en vaders, die opgeroepen worden om in het leger te vechten. Moeders bleven alleen achter met hun kroost. De burgers hadden het zwaar: er was niet genoeg eten, te weinig dokters, voedseltekorten, … Een kwart van alle Belgen vluchtte tijdens Wereldoorlog I. Velen vluchtten naar de buurlanden, of naar een andere stad in België.